Door verder te klikken op onze website, accepteert u cookies en vergelijkbare technieken. Hiermee verzamelen we persoonsgegevens en volgen wij uw internetgedrag. Klik op de knop meer informatie voor onze privacy statement.

 
 
 
 

VRAAG & ANTWOORD december 2018

DE OS EN DE EZEL IN DE KERSTSTAL, ZE ZIJN ER (BIJNA) ALTIJD, MAAR WAAR KOMEN ZE VANDAAN?

Vroeger zongen we het kinderkerstversje Zeg eens herder, waar kom jij vandaan? Het staat tegenwoordig in het nieuwe Liedboek (nr 485), en het tweede vers luidt: Zeg eens herder, wat heb jij gezien? ’k Zag een os en ezel bij een voederbak. ’t Was er koud en donker, tocht kwam door het dak.
De os en de ezel deden al vroeg hun intrede in de stal. Ze staan afgebeeld op Romeinse sarcofagen uit de vierde eeuw. Hun aanwezigheid gaat terug op een passage in de profetie van Jesaja: Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet (Jes. 1: 3, Statenvertaling). In de NBV is de os vervangen door een rund en de krib door een voederbak, en de laatste twee regels van vers 3 zijn in de NBV iets begrijpelijker: maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid.
In het in de zesde eeuw ontstane Evangelie van pseudo-Matteüs vinden we een verdere aankleding van de geboorteverhalen van Matteüs en Lucas. Daar lezen we in hoofdstuk 14: Op de derde dag na de geboorte van de Heer verliet Maria de grot en ging naar een stal. Ze legde het jongetje in een kribbe en een os en een ezel aanbaden hem. Zo ging in vervulling wat door de profeet Jesaja is gezegd: “Een os kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn meester.”
Ook al in de vierde eeuw werden de os en de ezel gezien als vertegenwoordigers van het jodendom en het heidendom: de os is een rein dier, de ezel is onrein; de os is gebonden door de wet, de ezel draagt de last van de afgoderij.

Tussen hen in ligt het Kindeke Jezus in de kribbe, dat os en ezel van hun juk bevrijdt. En zo gold de blijde boodschap die de engelen de herders verkondigden, ook voor de os en de ezel in de stal.

(Door: Henk Aertsen)