Op de fiets

In Januari 2012

Op 18 december jl. is Vaclav Havel overleden, 75 jaar oud. In die zelfde week overleed ook de Noord Koreaanse president Kim Jong Il. Kim Jong Il en Havel waren beiden tijdgenoten. Beiden zijn groot geworden in een dwangregime. Kim Jong Il droeg het dwangsysteem. In zijn regeerperiode kwam meer dan 10% van de 2.2 miljoen inwoners tellende noord Koreaanse bevolking om het leven. Havel leidde in de zestiger jaren de Praagse lente. Beiden overleden: twee levens, twee levenswegen.

In zijn in de gevangenis geschreven ‘Brieven aan Olga’ schrijft Havel over de hoop: ‘Diep in onszelf dragen we hoop. Hoop is een kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt. Hoop is niet voorspelbaar of vooruitzien. Het is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, voorbij de horizon verankerd. Hoop in deze diepe en krachtige betekenis is niet hetzelfde als vreugde, of bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft. Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet alleen omdat het kans van slagen heeft. Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Wel de zekerheid dat iets, waarvoor je je geeft, zinvol is’.

Ik denk aan Vaclav Havel. President Clinton noemde zijn naam in één naam met die van Ghandi. De Herald Tribune schreef: ‘Daar waar de communisten 40 jaar lang regeerden, bleven de meeste Tsjechen thuis en deden niets. Havel deed iets’

Kerst 2011

Het evangelie in de linnenkast …
Ik werd gevraagd een zuster, die ver in de tachtig was geworden, te begraven. Heel haar leven had zij gewoond in ‘haar Blaricum’. Maar haar gezondheid ging achteruit. Het thuisblijven in haar eigen woning werd onmogelijk. Zo had zij de laatste tien jaar van haar leven in “Torenhof” gewoond.
Daar was ze gelukkig, daar was zij thuis.
Deze zuster der gemeente overleed. Na de begrafenis kwamen de kinderen op mij af,met in hun hand een vuistdik pakket. ‘Weet u’, zeiden de kinderen, ‘moeder is nu tien jaar uit haar buurtje. Toen wij op haar kamerrondkeken vonden wij in de kast dit pakketje: allemaal kaarten, die gemeenteleden haar hadden gestuurd. Iedere week waren er mensen geweest, jaar in, jaar uit,die haar naam hebben opgeschreven, een postzegel plakten en haar een kaart hebben gestuurd. Moeder heeft al deze kaarten bewaard.
Wat vindt u daar nu van …? keken de kinderen mij opgetogen aan. Ik keek naar het bundeltje kaarten in hun handen en dacht: ‘het evangelie in de linnenkast’.

in December 2011

Waar gaat het in een kerk om? Dat denk ik wel eens als ik rondkijk in ons mooie kerkje. De prachtige banken (gesleten door de vele zoekers), het houtwerk (vervaardigd met liefde en detail), het orgel (klinkend in lofzang, rouw en trouw), de preekstoel (sprekend van het kracht – en troostwoord Gods) en de avondmaalstafel (getuigenis van ‘een mensheid als gemeenschap’). Mijn blik valt op de paaskaars. Die grote, dikke kaars, daarop het Christus - monogram, voor in de kerk. In samenkomsten immer brandend. Immer getuigend van het licht, dat nimmer doven zal. Het licht, stralend van een overwinning van het leven op de dood, het licht, dat staat voor het diepe weten, dat vergeving krachtiger is dan schuld, oordeel onderworpen aan genade. Het paasplicht, dat erop wijst dat er immer een stok zal zijn om mee te gaan. En een licht op ons levenspad.

Ik kijk rond. Het licht van de kaars brandt rustig en vertrouwensvol. Waar gaat het in een kerk om? ‘Houdt het licht brandende’. Misschien is dat wel de taak van ons als kerk. Dit licht in deze woelige wereld te behoeden en beschutten. Opdat dit licht van getuigenis getuigenis blijft.

in November 2011

Deze week was ik de boekenkast aan het opruimen (dat moet soms om plaats te maken voor nieuwe boeken) . Ik vond daar een biografie over Mahatma (‘grote ziel’) BAPU Gandhi. Voordat ik het boek doorgaf aan de Kringloop bladerde ik er in. En vond dit korte verhaal over Gandhi. 

Gandhi was ergens in India, liep naar de trein, die op het punt van vertrekken stond. Gandhi rende naar de trein, greep de deur, hees zich naar binnen en verloor in deze hele actie één van zijn sandalen. Zonder te aarzelen bukte hij zich in het gangpad, deed zijn overgebleven sandaal uit. En wierp deze naar buiten. ‘Waarom doet u dat’ vroeg iemand hem. ‘Wel’, zei Gandhi, ‘als iemand mijn ene verloren sandaal vindt, dan heeft hij daar niets aan. Maar nu, nu hij er twee vindt, nu heeft hij een bruikbaar paar’

In Oktober 2011

Wij waren deze zomer in Vietnam. Fietsen door de Mekong – delta. Tussen de dikke tropische bladeren, bomen en waterdijkjes door. ‘Zouden we ergens wat te drinken kunnen krijgen?’ opperde ik mijn vrouw. We keken rond. Alleen maar gebladerte. Of toch? Daar verderop tussen de bomen door zag ik mensen samenzijn. Een restaurantje! We fietsten er heen. Een open plek in het oerwoud, vol mensen, pratend, zittend op plastic stoeltjes. Ik zag een grote kist staan met daarvoor: wierook en een foto. ‘Wij zijn bij een begrafenis aangeland!’ fluisterde Nynke mij toe. Discreet wilden wij ons omdraaien om weg te gaan. Maar we waren gespot. Een paar mensen kwamen op ons af. ‘You give honour to our father, Diem Ho Gnack, please!’ zei de man. ‘You our guest!’. We parkeerden onze fietsen en gingen mee. Wierookstokjes in de hand, meegetroond naar de foto, de kist en het Boeddha – altaar. ‘We kennen deze man niet eens!’ fluisterde Nynke me toe. ‘Nee’, antwoordde ik, ‘maar na een paar uur wel!’ En zo brachten we, buigend en wierook brandend, eer aan hun godheid. En aan de gestorvene. In de volgende uren, die we te gast waren, ging een wereld voor ons open. Hoe het een blijk van eer was als er veel mensen op een begrafenis kwamen. Hoe meer mensen om zijn dood rouwden, hoe meer die persoon in zijn leven had betekend. Hoe de levenden met de doden verbonden bleven. Je moest je ouders eren. Omdat zij je ouders waren. Maar ook omdat zij van gene zijde invloed konden uitoefenen op het leven der aardse stervelingen. Een invloed ten goede, en omgekeerd: een invloed ten kwade. Hoe de boeddhistische priester de dodendienst leidden: een half uur de lofzang op Boeddha, een half uur de lofzang op de overledene, een half uur kracht toewensend aan de nabestaanden. Dat alles zingend met een trommel en cimbalen band. En daarna: feest en eten. Want het leven gaat door. Een Vietnamese begrafenis is niet alleen de doden eren. Het is ook: het leven vieren.

ds. Jan Rinzema

 

 

 

in September 2011

We zijn deze zomer op vakantie geweest in Vietnam, samen met de meiden ‘gebackpacked’. Dat betekent: met de rugzak op trekken door heel het land, 2.500 km van zuid naar noord. Het is een voorrecht om zo iets met je kinderen te mogen doen: je maakt ze nu eens heel anders mee dan die paar uurtjes per maand normaal, waar ze de was meebrengen of als je bij hen langsgaat te horen krijgt: ‘als je toch komt, neem je dan de boormachine mee’.

Een paar weken met elkaar: je merkt, dat de studentjes die 6, 7 jaar geleden je huis verlieten nu echte dames, persoonlijkheden zijn geworden, met kun kracht, en met hun – vaak op jou lijkende – beperkingen.

Overal in Vietnam zie je altaren, overal ben je omgeven door

Lees meer...

in Juli 2011

'Love is all'. Je kunt ook zeggen 'Love is over - al'. Want waar je de radio, televisie ook aanzet: de liefde is overal. Tien mi­nuten radio of televisie: grote kans dat je er tegenaan gelopen bent. Het woord 'liefde'. 

En dat is ook niet vreemd. Liefde is een heel belangrijk woord in ons leven. Welk mens wil niet worden bemind? Liefde ook is een kernwoord in het geloof. 'God is liefde' zegt de bijbel in 1 Johannes 4: 16. Dus is het eigenlijk heel mooi als je zo vaak tegen dat woord liefde aanloopt. 'First things first'. 

Maar toch: er klopt iets niet. Kijk eens naar al die televi­sieprogramma's. Het gaat daar helemaal niet over liefde. Het gaat daar over iets anders. Het gaat daar over 'verliefdheid'. Waar zoomt de camera op in? De ontmoeting, de eerste afspraak, de eerste ruzie, het eerste goedmaken, de eerste ring. De camera zoomt in op het prille begin. De roes. De flits. De eerste keer.

Is dat het leven? Welnee. Ware liefde, die de toekomst toe­komstbestendig maakt, ziet er heel anders uit.

'Voor mij is liefde een geur door het huis
een stem, een stap, iemand komt thuis
men hoort hem op 't binnenplein
neuriënd met iets bezig zijn'. 

Dit is niet het gedicht van de vrouw die zich meteen met alles in bed geeft als hij haar leven binnenkomt. Het gaat hier niet over hartstocht. Het gaat hier in deze woorden (Nijhoff, 'Een idylle') over het bij elkaar horen, het zich in elkaar verheugen.

'God is liefde' zegt de bijbel. Daar klinkt iets in van 'duurzaam­heid' en 'een niet willen verlaten in de tijd'. 'De liefde is niet afgunstig, praalt niet, is niet opgeblazen, kwetst niet. Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles verdraagt zij' schrijft de apos­tel Paulus (1 Corinthiërs 13: 6). 

Deze liefde is ook Pasen. In Christus laat God zijn liefdesgelaat zien, dat ons zelfs tot over de dood niet van Hem scheidt. Jezus Messias laat die liefde zien. Trouw, vergeving, een oprichtende levenshouding en oprechtheid zijn woorden die horen bij Hem.

 In de op zich wankele film 'When Harry met Sally' (toen Har­ry Sally ontmoette) ­komt een scène voor, waarin oudere echtparen wor­den ge­filmd. De man van één van die bejaarde stelletjes kijkt ver­rukt naar zijn gerim­pelde vrouw en zegt, terwijl hij haar voor­hoofd streelt: 'Ze is niets veranderd'. Hij ziet in haar gelaat geen verwelk­te schoon­heid. Hij ziet de vrouw van wie hij houdt. Liefde is niet alleen iets van wild zoenende zestienjarigen. De waarste liefde is misschien die van oude mensen.