Gedicht van de maand

Januari 2012

HET AARDS GELUK

Het toegangspad, tussen de meidoornhagen.

Een kwikstaart komt naar onze namen vragen. 

De diepe tuin, vol groen geheimenis,

waar in het hart een rozendoolhof is. 

Het vriendenhuis, benedendijks gebed.

Men speelt er zondagsavonds strijkkwartet. 

(Ida Gerhardt)

Kerst 2011

Iemand is onder ons gekomen
Die ons spreken wil. Telkens opgeschrikt,
Aan de jas getrokken, zacht geroepen,
even aangetikt –
Zien wij hem voor ons staan: hij spreekt,
gebaart,
Heeft, zo te zien,
Iets mee te delen van gewicht.
Daar wij echter
Zijn taal niet verstaan en zijn optreden
niet vertrouwen,
Schudden wij hem af, de onruststoker,
De stiekeme gluiper.

(Frida Vogels)

December 2011

ADVENT
 
De aarde maakt zich langzaam
aandachtig klaar voor uw aankomst,
schikt de velden, het licht van de maan
en nevel waar straks de engel stort
 
naar de herders. Ik denk: in de weide aan
de overkant. Vanmiddag al stond
het paard er doodstil gebogen naar
de grote donkere ogen van de grond.
 
Steeds weerlozer gaan die nu open, -
dieper de oorsprong die Gij ontsluit
waar Gij in het uwe Uzelf wordt,
 
bijna een ik, haast uit Uzelf geboren,
een woord, maar nog niet in ons uit-
gesproken, nog een grens van adem tekort.


(Gabriel Smit)

November 2011

DIE ZEGT GOD TE ZIJN 

Die zegt god te zijn
laat hij te voorschijn komen,
wat hebben wij aan een naam alleen
laat hij opstaan dat wij hem zien.
Stem uit het vuur wolk in de verte
zijn niet genoeg
voor deze aarde van scherven en rook
waar ons geen leven gegund wordt.

Woorden en wonderen zijn er genoeg
en goden van goud en beloften
maar niet een god als een hand die bevrijdt
iemand die doet wat hij zegt.

Jij die zegt onze god te zijn
verborgen verblindend onmogelijk jij
wat houdt je af van de mensen –
kun jij de slagen verduren
die mensen verduren
kun jij de beker drinken
die wij moeten drinken
ga je met ons in de dood? 

Huub Oosterhuis

Oktober 2011

Ik vlieg boven mijn droom uit
Ik vlieg uit mijn droom
Ik krijg vleugels in mijn droom
Ben ik bang, moet ik ontsnappen

Op zoek in straten en huizen
Naar het eeuwige in het heelal
wat vind ik op mijn reis
Door vleugels gedragen heb ik mijn weg gezocht
Armen als vleugels zocht ik mijn weg
Ontsnappen aan wat, ‘k ben bang, bang
Aan de werkelijkheid.

Toch vond bij vleugelslag dat wat ik zocht
Rust in mijzelf, vrede om mij heen
Keer op keer had ik deze droom, totdat
Mijn ogen open gingen en ik duidelijk op het
Doel afging

De reis heeft mij veel opgeleverd

Eric Bulten

 

September 2011

Vaderschap

Papa, als jij mijn vader niet was, wie zou ik dan zijn?
- Een ander kind.
En dan zou ik niet weten dat jij eigenlijk mijn vader was?
-  Nee, en ik ook niet.
Maar toch wel als ik je tegenkwam, en we zagen elkaar?
-  Ik denk ook van niet.
En als ik nou je stem hoorde, en je zei mijn naam?
- Ik zou je naam niet weten.
Maar hoe ik heet, dat weet je toch?
-  Je zou dan anders heten.
En ook anders eruitzien? Zou ik dan zwart haar hebben?
- Best mogelijk.
Zou ik dan ook rijk kunnen zijn, en veel groter?
- Misschien was je dan wel een jongen.
Een jongen! Zou je dan ook van mij houden?
- Misschien niet van die jongen, maar wel van jou,
Voor altijd en eeuwig.

Rudy Kousbroek

 

 

Juli 2011

Als de ziele luistert

Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
't lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blaren van de bomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stromen
klappen luide en welgezind,
wind en wee
en wolken,
wegelen van Gods heiligen voet,
talen en vertolken
't diep gedoken Woord zo zoet...
als de ziele luistert!

(Guido Gezelle (1859))

Mei 2011

BEKENTENIS

Ik mag je.
Nee. Ik mag je niet.
Ik moet je. Dat bedoel ik.

Ik heb je lief.
Nee. Heb ik niet.
Ik word je lief. Dat voel ik.

Ik ga met jou.
Nee. Ga ik niet.
Ik sta je bij. Beloof ik.

Ben stapel op je.
Hou je vast.
Ik. Hou. Van. Jou.

Geloof ik.

(Bart Moeyaert)

 Humor 

Een kerkblad maken is mensenwerk. Daarin worden nog wel eens geestige zinsconstructies gevonden. Ik heb een mapje met geestige typefouten uit vroegere kerkblaadjes. Ik geef er een paar:

 ‘Voor allen die kinderen hebben en het nog niet weten: de crècheruimte is boven de consistorie’ 

‘Dames, we hebben zaterdag as een fancy fair waar u al uw zaken kunt brengen, die u in en om het huis niet meer nodig hebt. Neem uw echtgenoot mee!’

April 2011

Er is net een biografie verschenen over onze Margaretha Droogleever Fortuyn - Leenmans, beter bekend als Vasalis (Leenmans – Vazal …). Daarin kwam ik dit gedicht tegen. Een ‘paasgedicht’. 

De oude mannen 

Ik kwam twee oude mannen tegen
met dunne halzen en met haperende voet.
Ik zag de hitte op hun maagre schouders wegen,
zij liepen krom, maar met hun hoofden opgeheven,
zo ingespannen en verwonderd als een zuigling doet,
ik zag hun bleke onderlippen beven,
zij keken zacht en zinneloos en goed.
 
Het waren oude kinderen geworden
op weg naar huis, maar waar geen moeder wacht,
eens blinkenden, maar nu verdorden
en stromplend naar hun laatste nacht.
En plots begon het hele park te beven
bomen en blaadren golfden in een warme vloed
van tranen, die binnen mijn ogen bleven,
wijl men om het bestaan niet wenen moet. 

(Vasalis, uit: Vergezichten en gezichten)