Gedicht van de maand

September 2010

Als je die vogel nooit in handen krijgt,
dan niet berusten, altijd blijven snakken,
niet neerzitten bij niet te kunnen pakken.
Straks zeg je oud en nog niet uitgehijgd:
‘Geluk, geluk, dat waren alle dagen
dat ik op geluk heb mogen jagen.’

Kees Stip


Juli 2010

Denkend over God en mij 

Als ik God zeg dan bedoel ik niet
al de bomen met hun hoofd omhoog,
en de zon niet met zijn gouden oog
en de hemel niet en het verschiet, 

en niet binnenin het warm gevoel
als ik aan de grens des levens sta,
en het duister niet waarin ik ga.
God, ik weet het niet wat ik bedoel. 

Ik bedoel, want eindeloos probeer
ik te zeggen wat ik zeggen wil,
ik bedoel een licht dat niet bestaat, 

ik bedoel het goddelijk gelaat
dat onzichtbaar is, de stem zo stil
dat ik hem niet hoor, als ik hem eer.

 J.W. Schulte Nordholt


 

 

Eind Mei 2010

In de trein vond ik een daar achtergelaten krant. Le Figaro. Daarin stond een artikel over het getto van Vilnius. Op één van de muren daar werd dit gedicht gevonden.

MARIKO 
Le vent solitaire,
Pleur d'un enfant,
A la tombe du jour
Est venu jusqu'ici.
 
Et toi, Mariko,
Toi, tu n'es pas l….
 
Le vent m'a donné,
Dans l'ombre bleue du soir,
Le bruissement de ta robe
Port‚ par le vent.
 
Et toi, Mariko,
Toi, tu n`es pas l….

Lees meer...

April en Mei 2010

Herdenking (1940 – 1945)

Zij droomden van liefde,
Zij vochten voor vrijheid
Zij stierven voor vrede

Hun handen droegen
Het vertrouwen
En hun schouders torsten
De gerechtigheid,

Zonen, dochters van ons volk.

De pijn van onderdrukking
Hebben zij geweten
En de omvang van alle kwaad
Gekend.

Zij hebben hun moed aan
De vrijheid gemeten
En de macht van overheersing
Ontkend.

Nu wordt hun sterke naam
Tot stille fluistering
Hun beeld vervaagt tot
Dankbare herinnering

Maar als u ooit van moed
Rechtvaardigheid en trouw
Wilt melden,

Noemt hen bij naam
Zij zijn
De ware helden

Zij blijven onder ons

Daarom herdenken wij
In stilte,

In alle uren
Van gisteren
Van vandaag
En van morgen,

In alle uren
Van alle dagen

Op alle dagen
Van alle jaren

(Peter Kempens)

Maart 2010

Een hoge kreet trekt scherp zijn
zilver voor.
Dan gaat de vogel in de nacht
teloor.
Ik ben ontwaakt.
Gij hebt mij opgeroepen.
En ademloos volg ik uw lichtend
spoor.

(Ida Gerhardt)


Februari 2010

Waarom onderstaand gedicht?
In onze kindertijd worden heel veel woorden ons ingefluisterd. Door onze moeder. Het zijn woorden als ‘lieve schat’, ‘kleine meid’, ‘kom maar even bij me zitten’. Deze woorden worden minder tot ons gezegd als we ouder worden. Maar deze woorden ‘leven’ in de grond van ons denken. Als die woorden weer worden ‘aangeraakt’, dan komt die beschermende werkelijkheid weer naar boven. Geloofstaal lijkt op ‘moedertaal’.

Moedertaal     

Misschien slaapt er nog iets diep in je hoofd
iets van de taal van je moeder

Lees meer...

Januari 2010

GROET

Ik herinner me de plankenvloer
die kraakte, de eksters in de tuin
de ijsbloemen op het
slaapkamerraam
dat je zei, in een vorig leven
was ik een aquarel, nee een
witregel
dat het bizongras in de fles
zweefde als een zeepaardje
dat ik na het tellen tot honderd
ging zoeken, de laatste tree
miste in het donkere trappenhuis
dat de telefoonkaart vergeten
in de abri langs de weg bleef
steken
dat in de hal van het vliegveld
de lucht plots massief werd
toen ik tegen een glazen wand
op liep
Ja, het is reuze leuk om je te
verstoppen
maar een ramp als je niet
gevonden wordt

(K. Michel)